Synthese Tekst

Het artikel gaat over de bevoegdheden van de burgemeester ter ordehandhaving van de openbare ruimte.
De burgemeester krijgt meer bevoegdheden, om deze te rechtvaardigen spreekt men over de verslechterende lokale veiligheidssituatie en de noodzaak daartegen effectief te kunnen optreden.
Niettemin roept deze ontwikkeling ook vragen op. Ook het bijzondere karakter van de bevoegdheden roept vragen op. Men voelt zich steeds minder en minder veilig, de lokale bevolking wil dat dit wordt opgelost door het lokaal bestuur (burgemeester).
De hiervoor genoemde bevoegdheden (adequate wettelijke bevoegdheden) hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat ze de mogelijkheid bieden de bewegingsvrijheid of privacy van betrokkenen in te perken.
Daarom moeten deze bevoegdheden terughoudend en beperkt gebruikt worden, deze bevoegdheden moeten aanvullend gebruikt worden en in verhouding.
De vraagt rijst in hoeverre dit is gegarandeerd.

Zoals gezegd, is het burgemeestersambt de afgelopen jaren flink opgetuigd.
Om te beginnen beschikt de burgemeester over zijn zogenoemde lichte bevelsbevoegdheid in het kader van de handhaving van de openbare orde.
Verder beschikt de burgemeester sinds 1997 over de bevoegdheid een woning te sluiten als de openbare orde wordt verstoord door gedragingen in en rond die woning of bij ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde door de wijze waarop de woning wordt gebruikt.
In 2000 is de bevoegdheid tot bestuurlijke ophouding in het leven geroepen. Hiermee wordt de burgemeester in staat gesteld om grootschalige en groepsgewijze
ordeverstoringen aan te pakken.
Vervolgens kan de burgemeester sinds 2002 gebruikmaken van de bevoegdheid een veiligheidsrisicogebied aan te wijzen om aldaar door middel van preventief fouilleren het gebruik van wapens en daaraan gerelateerde criminaliteit tegen te gaan.
De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders kunnen sinds 2002 een aanvraag voor een vergunning of subsidie weigeren, een partij uitsluiten bij de gunning van een opdracht of een reeds verleende vergunning intrekken.
Sinds 2005 beschikt de burgemeester over de bevoegdheid om te besluiten tot het gebruik van vaste camera’s ten behoeve van toezicht in de openbare ruimte.
Om huiselijk geweld tegen te gaan en te voorkomen beschikt de burgemeester vanaf 2009 over de bevoegdheid om een tijdelijk huisverbod op te leggen aan plegers van huiselijk geweld.
De meest recente bevoegdheidsuitbreiding dateert ook uit 2009 en betreft de bestuurlijke boete voor zogenoemde kleine ergernissen in de openbare ruimte.
Tot zover het overzicht van de meest relevante bestaande bevoegdheden. Daarnaast is er nog een aantal relevante nieuwe bevoegdheden in voorbereiding.
In het wetsvoorstel Maatregelen bestrijding is voetbalvandalisme en ernstige overlast aangenomen. Hierin wordt aan de burgemeester de bevoegdheid toegekend om op te treden tegen aanhoudende en ernstige overlast als gevolg van voetbalvandalisme of door beruchte hangjongeren.
In het wetsvoorstel Herziening kinderbeschermingsmaatregelen krijgt de burgemeester
de bevoegdheid (ook wel genoemd doorzettingsmacht) toebedeeld om via
de Raad voor de Kinderbescherming opvoedingsondersteuning af te dwingen bij de kinderrechter.
Ook is er een wetsvoorstel in voorbereiding voor de Centra voor Jeugd en Gezin, waarin de burgemeester de bevoegdheid krijgt om een zorgcoördinator aan te wijzen als zorginstellingen in een patstelling zijn geraakt.


Uit het voorgaande blijkt een flinke uitbreiding van het aantal bestuursrechtelijke
bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde en veiligheid. Ook het
gebruik ervan heeft een hoge vlucht genomen.

Bestuursrechtelijke handhaving vormt in dit verband een aantrekkelijk en doelmatiger alternatief. Het is daardoor een belangrijke rol gaan spelen als instrument in het kader van veiligheidsbeleid.
Het straf(proces)recht houdt in deze benadering een aanvullende of reservefunctie.
Het wordt als ultimum remedium hoofdzakelijk ingezet.
Een andere reden dat handhavingsalternatieven werden gezocht in het bestuursrecht, is de mogelijkheid die het bestuursrecht biedt om preventief op te treden, althans in een vroegtijdig stadium om erger te voorkomen.

De uitbreiding van de hoeveelheid aan bestuursrechtelijke bevoegdheden past in een veiligheidsbeleid waarin het accent ligt op doeltreffend en doelmatig optreden.
Het recht wordt daarbij instrumenteel ingezet.
Het beantwoordt tevens aan een roep vanuit de samenleving om streng overheidsoptreden tegen onveiligheid.
Eerdergenoemde vergaande bevoegdheden worden doorgaans gerechtvaardigd met een verwijzing naar een ernstige veiligheidsproblematiek.
Tegelijkertijd is niet altijd duidelijk in hoeverre de nieuwe bestuurlijke bevoegdheden hebben
bijgedragen aan een veiliger leefklimaat.
De uitbreiding van het pakket aan bestuurlijke bevoegdheden lijkt aldus vooral een symbolische functie te hebben in de strijd tegen onveiligheid, overlast en verloedering.

De positie van de burgemeester is ontegenzeggelijk versterkt. Hij betaalt hiervoor echter wel een prijs.
In de eerste plaats maakt zijn geprononceerde positie hem kwetsbaarder, zowel in juridisch als in politiek opzicht.
Daarbij staat de burgemeester ook nog eens onder druk van de publieke opinie om snel op te treden.
Overigens zal hij ook moeten kunnen rekenen op de politie bij het toezien op de naleving van zijn besluiten, anders is het prachtig op papier, maar valt de uitwerking tegen.
Verder zal hij een goed beleid moeten voeren ter informatie van zijn bevoegdheden.
De versterkte burgemeester moet dus wel een open oog blijven houden voor de burgerrechten van zijn inwoners, anders liggen gebeurt het overheidsoptreden willekeurig en onverzorgd.
Behalve aan de bestuursrechter zal de burgemeester over het gebruik van zijn bevoegdheden ook verantwoording moeten afleggen aan de gemeenteraad en de inwoners van zijn gemeente.
Dit kan twee kanten op werken:
In het eerste geval is het denkbaar dat de gemeenteraad zich kritischer opstelt nu de veiligheidssituatie zich positief ontwikkelt en de budgetten krimpen.
In het tweede geval zal hij bijvoorbeeld moeten uitleggen waarom hij ervoor heeft gekozen geen gebiedsverbod op te leggen aan een zedendelinquent, waar de burgemeester van de centrumgemeente dat wel heeft gedaan.
Het toenemend gebruik van vergaande bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde en veiligheid dreigt de functie van burgemeester te versmallen tot harde rechtshandhaver.
Deze rolverandering roept ook in burgemeesterkringen weerstand op.

Kortom, de uitbreiding van bevoegdheden biedt de burgemeester winstkansen op
korte termijn als het gaat om de veiligheid en leefbaarheid, maar op de langere
termijn dreigt hij zich te vervreemden van zijn inwoners.